zondag 4 augustus 2013

Wethouder van Amsterdam Van Es over de toekomst van de bijstand

03-08-2013. Vandaag staan in Het Parool enkele berichten over voorstellen  van de VVD om op grote schaal vrijwilligers in te zetten, oa in de zorg en een bericht, dat 800 WSW-ers gaan werken als vakkenvuller bij Jumbo. Daarnaast hebben we de steeds strengere controlestaat: onaangekondigde huisbezoeken, een maand wachttijd voor je uitkering gaat lopen als je die aanvraagt, etc. In Amsterdam staat wethouder van Es van Groen Links centraal in het gevoerde beleid. Hoe kijkt zij aan tegen de nieuwe ontwikkelingen, en wat kunnen we in de toekomst nog meer verwachten? Een tipje van de sluier werd opgelicht tijdens een debat op maandagavond 13 mei 2013 in de Rode Hoed. Ik heb het een paar jaar geleden al geschreven: de bijstand als generieke regeling waarop je in je leven altijd een beroep kunt doen, mocht het nodig zijn,  gaat eraan. Van Es maakt dat in het onderstaande duidelijk, en tevens, wat de argumenten zijn om op den duur een meer tijdelijke en beperkte bijstand in te voeren.  Wethouder Van Es is niet zomaar iemand. Als wethouder van een van de vier grote steden heeft zij ongetwijfeld een flinke vinger in de pap bij de standpuntbepaling van de Vereniging van Nederlandse gemeenten, die moeizame onderhandelingen voeren met de regering, de vakbonden en de werkgevers over de inrichting van de nieuwe participatiewet, die 1 januari 2015 moet worden ingevoerd. Ook staatssecretaris Klijnsma heeft wel oren naar het standpunt van Van Es. In het dagblad Trouw verscheen een artikel  over een snoepreisje van prominente sociaal-democraten naar de Verenigde Staten, waar men voordelen zag in een tijdelijke bijstand.
http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1178815/2009/12/03/Warm-worden-van-de-Amerikaanse-aanpak.dhtml

Eric ten Hulsen, directeur van de dienst Werk en Inkomen zag 'interessante kanten' aan een tijdelijke bijstand. Terug naar het debat in de Rode Hoed.

Het debat in de Rode Hoed ging over heden, verleden en toekomst van de verzorgingsstaat toegespitst op de sociale zekerheid. Dit debat werd gehouden naar aanleiding van de verschijning van een bundel met essays over de verzorgingsstaat onder de titel  ‘Mij een zorg. De toekomst van de sociale zekerheid’. De essays werden geschreven door verschillende wetenschappelijke bureau ’s van politieke partijen in Nederland.
Het debat stond onder leiding van Clairy Polak. Deelnemers waren oud-premier Ruud Lubbers, wethouder werk, inkomen en participatie van de gemeente Amsterdam Andree van Es, Eimert Muilwijk, voorzitter CNV jongeren en Dennis Wiersma, voorzitter FNV Jongeren.
Clairy Polak nodigde de deelnemers aan het debat uit voortdurend ‘out of the box’, d.w.z. buiten de gebaande paden te denken en dit leverde m.i. verhelderende inzichten op over de analysetrant en de standpunten van de deelnemers. 

 Zoals gezegd concentreer ik mij in dit stukje op wat Van Es gezegd heeft.
Clary Polak vroeg eerst aan Van Es ‘wat komt u als wethouder van werk, en inkomen als problemen van de verzorgingsstaat in de praktijk tegen’?. ‘Nou, een van de moeilijkste, lastigste of slechtste dingen vind ik dat door de verfijning of de regelzucht, vooral uiteindelijk van de landelijke overheid, dat we te maken hebben met heel veel verschillende regeltjes en dus verschillende manieren om mensen te benaderen, met verschillende problemen, terwijl eigenlijk, eigenlijk het basaal gaat het over hetzelfde. Dus een enorme verfijning heeft er plaatsgevonden om net even een uitzondering te maken, of net even daar iets aan tegemoet te komen, of daar juist weer iets aan af te doen, en uiteindelijk kom ik daar heel dicht bij Ruud Lubbers als het gaat om: wat is nou echt van waarde, ben ik ervan overtuigd dat voor verreweg de meeste mensen van waarde is om mee te kunnen doen in de samenleving en ook nog eens een keer mee te kunnen doen door betaald werk. En de kunst is dus, om, dat vind ik als wethouder werk, inkomen en participatie, om dat voor zoveel mogelijk mensen te doen en daarbij te kunnen kijken naar wat ze kunnen en niet naar wat ze niet kunnen’. Polak: ‘dus een verdergaande decentralisatie’? ‘Ja, dat zou voor mij heel veel meer mogelijk maken’.

Van Es verdedigt hier het standpunt van de Vereniging Nederlandse Gemeenten VNG, die vindt dat er drastisch moet worden gedecentraliseerd met meer macht aan de gemeenten, zonder al te veel controle en sturing vanuit Den Haag, en dat verschillende regelingen zoals de Wajong, de WSW en de bijstand moeten worden samengevoegd. De VNG heeft een flinke onderhandelingsvinger in de pap als het gaat om de totstandkoming van de nieuwe participatiewet, en het standpunt van Van Es is dus niet alleen maar het standpunt van een wethouder van een grote stad.

Van Es vond dat werk centraal moet staan in de verzorgingsstaat. Zij vindt het stelsel van sociale zekerheid nog wel van betekenis in die zin, dat er in deze tijd van crisis een bodem is voor mensen die dat nodig hebben, maar zij vindt het stelsel niet meer van deze tijd in de zin dat zij het stelsel veel te weinig activerend vindt, veel te weinig vindt uitgaan van mensen in hun eigen kracht en mogelijkheden zetten en dat het stelsel in een aantal opzichten veel te paternalistisch is geworden.

Ja, dat zou ik heel simpel kunnen maken, dat heeft niet zoveel te maken met een grote visie voor de toekomst, maar ik heb best moeite moeten doen om de opstelling van de klantmanagers in dit opzicht te wijzigen’.
En dan volgt een betoog over het omzetten van ‘de mind’ van de klantmanager die de mensen meer moet activeren.

Clairy Polak nodigde van Es uit ‘out of the box’ te denken. ‘Als jij nu de verzorgingsstaat zou willen reorganiseren, wat zouden dan de basiszaken zijn die je zou willen regelen’. Van Es: ‘dan zou ik om te beginnen aan de werkkant met werkgevers goeie afspraken maken over arbeidsomstandigheden en arbeidsproductiviteit in die zin dat er veel meer mensen zouden kunnen meedoen aan het arbeidsproces’. Polak: ‘ Hoe dan’?. Van Es: ‘Nou door hetzij part time werken of van hen minder productiviteit te vragen dan ze aan anderen zouden vragen’. Polak: ‘minder productiviteit maar dat vindt u wel belangrijk’. Van Es: ‘Ja, dat is heel belangrijk. En dan ben ik ervan overtuigd dat er veel meer mensen mee kunnen doen op hun eigen niveau en dus ook inkomen kunnen verwerven waardoor ze geen beroep hoeven te doen op wat voor uitkering dan ook. Dat vind ik een heel belangrijke eh aan die kant vind ik dat echt essentieel’.

 ‘En aan de andere kant zou ik wel een pleidooi durven doen dat ook de bijstandsuitkering in principe           tijdelijk is en dat als je daarin terecht komt dat dat een tijdelijk vangnet is, het is de bedoeling om daar zo snel mogelijk uit te komen en dat betekent he, dat je toch iedere keer, nou, laten we zeggen een keer in het jaar eh opnieuw door de molen zal moeten, van is dit nog terecht, moet je niet eh weer een ronde solliciteren, moet je niet op de een of andere manier weer zelf het initiatief nemen om toch aan het werk te komen dus wat dat betreft strenger dan nu’. 

Polak: ‘Ja, want als je zegt je moet een nieuwe ronde solliciteren, goed, dat moet je doen, maar als je zegt hij is tijdelijk, dan zeg je ook na – laten we even zeggen na een paar jaar – en nu, nu houden we ermee op’.
Van Es: ‘Ja, maar dat ik denk dat je… ik zou graag out of the box willen springen maar.. ja, nee, maar dat zou ik wel willen, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat je dat niet haalt. Als mensen geen andere bron van inkomsten hebben, de bijstand is toch terecht en natuurlijk ook echt de bottom line, de bodem, maar nu lijkt het wel alsof het is, of, he via een werkloosheidsuitkering kom je in de bijstand, en daar blijf je dan. En ik zou in die zin zou ik het vervolgens terecht vinden om het besef, dat dat een tijdelijk vangnet is waar je echt zelf alles aan moet doen om daar weer uit te komen, die druk zou ik graag willen opvoeren, en als dat dan zou moeten door te zeggen ja, het is tijdelijk, dat betekent ook dat we na een jaar of twee jaar echt gaan kijken heb jij dit nog wel nodig, dat dat misschien zelfs ook nog wel als consequentie zou kunnen hebben dat je ervoor mensen mee stopt’.
Polak: ‘dat is een geheel nieuwe invulling van het begrip solidariteit, he want eh ik waardeer het zeer, hoor, out of the box, dus dat ga ik je niet verwijten, helemaal niet, maar wel de constatering, dat dit bijvoorbeeld iets is wat de rechtse partijen al enige tijd roepen, om niet te zeggen al jaren, en u vindt dat ook. En dat die linkse partijen zeg ik nu maar even in het algemeen dat die riepen ja, maar solidariteit. Dit is een nieuwe invulling van solidariteit’.
Van Es: ‘ja, ik vind het ook aanmerkelijk solidairder om ervoor te zorgen dat mensen dus aan die werkkant de gelegenheid krijgen om aan het werk te zijn dan om ze in een gelegenheid te stellen hun leven lang in de bijstand te blijven’.
Polak: ‘En dat is dan de verantwoordelijkheid van de werkgevers, die mensen meer gelegenheid moeten geven om te doen wat hun capaciteiten zijn waarna een werkgever natuurlijk roept: ja hallo hoe zit het met mijn winst’.
Van Es: ‘Ja, dat zeggen de werkgevers, maar dan, dan zou je daarin moeten afspreken dat een beetje minder winst toch eigenlijk wel kan een dat ook een vorm is van solidariteit invullen, of verantwoordelijkheid invullen richting samenleving en mensen die ook recht hebben om mee te doen en dat dat een veel betere vorm is dan steeds maar de productiviteit zo op te drijven, dat je a priori al veel mensen uitsluit van het arbeidsproces’.

In de loop van de discussie werd duidelijk, dat van Es totaal geen instrumentarium heeft, als gemeentelijk bestuurder, om werkgevers inderdaad ergens ook toe te brengen. Ze wil dat er stageplaatsen komen, dat er een quoteringsregeling komt waarbij werkgevers arbeidsgehandicapten in dienst nemen, de werkgevers moeten van de mensen minder productiviteit vragen, maar hoe de werkgevers daartoe gebracht kunnen worden blijft vaag. Het enige is dat werkgevers in goed overleg en misschien subsidies ertoe verleid worden zo te gaan werken. Want tenslotte is er het compromis met de liberalen, in de gemeente en op nationaal niveau, over de zelfstandigheid van de werkgevers in hun personeelsbeleid. Blijft deze kant van het verhaal vaag, aan de andere kant is van Es heel duidelijk. Ze gebruikt de redenering dat er arbeidsplaatsen voor gehandicapten moeten komen en voor mensen met verminderde arbeidsproductiviteit alvast als argument, om een pleidooi te houden voor het afbreken van de bijstand. 

Van Es wil wel een coalitie met de vakbonden, samen naar Den Haag en naar de werkgevers toe, om betere arbeidsvoorwaarden, en plekken voor arbeidsgehandicapten te realiseren en het personeels en arbeidsproductiviteitsbeleid van die werkgevers te be├»nvloeden, misschien ook middels acties in de bedrijven. Vraag is wel, hoe die vakbonden mensen met een verminderde arbeidsproductiviteit moeten organiseren, die door het ontbreken van een sociaal vangnet gedwongen zijn hun arbeidskracht tegen elke prijs te verkopen in een situatie van grote massawerkloosheid. 

Piet van der Lende