2 december 2010 is de verschijningsdatum
van het rapport van de commissie van drie over het UWV. Dit rapport is
belangrijk met name ten aanzien van de toekomst van het UWV en welke taken deze
instelling zou moeten hebben in verband met de invoering van de wet werken naar
vermogen. Deze wet beoogt immers, dat een aanzienlijk deel van de
reintegratiegelden die tot dan toe door het UWV gebruikt werden, overgaan naar
de gemeenten aangezien de gedeeltelijk arbeidsongeschikte Wajongers onder de
nieuwe wet werken naar vermogen zouden moeten vallen die decentraal uitgevoerd
moet worden door de gemeenten. Het lijkt erop dat memo 3 en memo 5 op deze
materie betrekking hebben. Eigenlijk gaat het sowieso om de vraag, of er nog
wel een apart uitvoeringsorgaan moet bestaan voor de uitvoering van
werknemersverzekeringen zoals de WW, de Wajong, de Ziektewet en de WIA of WAO.
Daarin spelen figuren uit de wereld van de pensioenfondsen als adviseur een
rol. (Oa bij de advisering over het tot standkomen van de WIA). En de gemeenten
spelen natuurlijk een rol in het naar zich toe trekken van bevoegdheden.
Minister Kamp heeft tijdens de verkiezingen gezegd, dat hij voorstander was van
afschaffing van het UWV. Globaal blijken er drie standpunten te zijn over de
toekomst van het UWV, waarbij het vooral ook gaat om de organisatie van de
arbeidsbemiddeling van werklozen en waar die gelden naartoe gaan. (Afgezien van
de bezuinigingen) De gemeenten willen zichzelf een grotere rol toebedelen en
dat willen de politieke partijen in de Tweede Kamer VVD, CDA en PvdA ook. Het
tweede standpunt wordt ingenomen door de werkgevers, die een grotere rol zien
weggelegd voor uitzendbureau’s in de bemiddeling en niet bij de gemeenten of
het UWV. En het derde standpunt wordt ingenomen door de vakbonden, die alles
bij het oude willen laten. In feite is er een ontwikkeling op gang gekomen,
waarbij in de toekomst het UWV, waarop sterk zal worden bezuinigd, alleen nog
zijn expertise op het gebied van keuringen zal inzetten en de
arbeidsbemiddeling geheel verdwijnt bij dat instituuut. Bij het UWV werkten in
2011 20.000 mensen, ruim 10.000 minder dan bij de oprichting in 2002. De
bedoeling is dat er nog duizenden banen gaan verdwijnen. Nu al werken de UWV en
de gemeenten samen op de werkpleinen, hoewel van een algehele integratie nog
lang geen sprake is en de gemeenten en het UWV nog veel langs elkaar heen
werken. Het driemanschap publiceerde begin december 2010 haar bevindingen, vlak
voor de datum van de eerste memoset die ons werd toegestuurd. De resultaten van
het rapport van de commissie van drie zal in deze memoset verwerkt zijn. Je zou
dus kunnen zeggen dat de hoofdlijnen van de ontwikkeling en van het beleid eind
december 2010 al vaststonden.
donderdag 2 december 2010
Het rapport van de commissie van drie over het UWV
maandag 22 november 2010
Nieuwe rapporten en cijfers over uitstroom van bijstandsgerechtigden
Een
ander rapport dat ik in de voorbereidingsfase noem is van de Inspectie Werk en
Inkomen van 22 november 2010. De Inspectie concludeert dat er meer aandacht
nodig is voor WWB’ers en WW’ers die op meerdere gebieden problemen hebben. Het
gaat om een grote groep mensen: zo heeft naar schatting ruim de helft van de
300.000 mensen in de WWB ernstige problemen op meerdere gebieden. Goede hulp
aan mensen met meerdere problemen vereist maatwerk. Een goede samenwerking met
organisaties op andere terreinen - zoals zorg, onderwijs en huisvesting - is
daarbij essentieel. Vaak is het van belang om de cliënt door te sturen naar
meer specialistische ondersteuning.
Om de juiste
dienstverlening te geven, moet zo vroeg mogelijk duidelijk worden dat er
meerdere problemen zijn. Zonodig moet de cliënt worden doorverwezen naar meer intensieve
dienstverlening. In de praktijk is dat vaak lastig: veel cliënten zijn huiverig
om meteen al hun problemen op tafel te leggen. En voor de contactpersonen van
gemeente en UWV is het doorvragen naar problemen niet altijd een vast onderdeel
van het eerste gesprek. Naast een snelle en juiste diagnose is een grote mate
van betrokkenheid van de klantmanager onmisbaar om mensen met meerdere
problemen goed te kunnen helpen. Hij of zij moet een vertrouwensband kunnen
opbouwen en flexibel kunnen zijn. De intensieve dienstverlening aan deze mensen
vraagt natuurlijk meer tijd en aandacht dan begeleiding van mensen die zelf min
of meer in staat zijn werk te vinden. Er is sprake van een spanning tussen de
dienstverlening die nodig is en het aantal cliënten van een klantmanager die
zich toelegt op deze probleemgevallen.
Het is
moeilijk om het resultaat van de dienstverlening aan mensen met een
opeenstapeling van problemen precies te meten en aan te tonen. Het is meestal
niet uit te drukken in aantallen plaatsingen naar werk. Het resultaat bestaat
vaak uit persoonlijke effecten, zoals meer welzijn en een verkleining van de
afstand tot werk. Ook zijn er maatschappelijke effecten, zoals minder beroep op
gezondheidszorg, verbeterde veiligheid, minder criminaliteit. Die persoonlijke
en maatschappelijke effecten van dienstverlening zijn vaak onvoldoende
zichtbaar. [1]
Op
dezelfde dag waarop het rapport van de Inspectie verschijnt ziet de
reintegratie monitor van de Raad voor Werk en Inkomen het licht. Er wordt
verder bekend, dat juist nu gemeenten er beter in slagen mensen uit de bijstand
aan werk te helpen, het mes rigoureus in het re-integratiebudget gaat. Door
deze bezuinigingen vanuit Den Haag – zeker 100 miljoen minder in 2011 luidt de
prognose – raken gemeenten in de klem doordat het aantal bijstandsklanten weer
groeit, zoals de re-integratiemonitor van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) liet
zien. Van de mensen die via de sociale dienst in 2007 met re-integratie zijn
begonnen, is bijna de helft (47 procent) binnen twee jaar betaald aan het werk
gegaan, blijkt uit de jongste cijfers. [2]
vrijdag 5 november 2010
De posities worden ingenomen
Op 8
november 2010 verschijnt een bericht in het Financieel Dagblad, waarin staat
dat op het ministerie SOZAWE volgens de schrijver van het artikel ‘koortsachtig’
gewerkt wordt aan wat de grote hervorming van het kabinet Rutte moet worden: de
invoering van de WWNV met haar samenvoeging van WWB, Wajong en WSW. Een
woordvoerder van de staatssecretaris laat weten dat de concrete invulling van
het plan een maand later komt, bij de behandeling van de begroting van Sociale
Zaken in de Tweede Kamer.
De woordvoerder laat verder weten dat de ruim 100.000 mensen met de indicatie 'sociale werkplaats', de dans ontspringen. Zij behouden hun beschutte werkplek.
Cedris, de branchevereniging voor de sociale werkvoorziening (WSW) stelt alvast nuchter vast dat dit weinig ruimte creëert voor de 19.000 mensen op haar wachtlijsten. 'In 1998 zijn de WSW-eisen verscherpt. Er zitten bij ons nog mensen van voor die tijd die naar de huidige maatstaven geen sociale werkplek zouden krijgen', zegt voorzitter Joan Leemhuis-Stout. Lees het volledige bericht op de website van het Financieele Dagblad.
De vraag is, in hoeverre het artikel in het Financieel Dagblad van 8 november 2010 juist is. Uit een toespraak van de staatssecretaris in december 2010 blijkt, dat er pas op 15 november een ambtelijk ‘programmateam’ werken naar vermogen was geformeerd, in eerste instantie onder leiding van de functionaris Petra Lugtenburg. [1] De staatssecretaris deelde mee, dat dit team sinds 15 november hard aan het werk was. Op 15 november verschijnt blijkens de ons toegestuurde stukken ook een geheim gebleven nota. Vanaf 15 november moet de staatssecretaris behoudens enkele afwijkingen iedere donderdag met het programmateam hebben overlegd. Uit verschillende memo’s blijkt dat op die dag overleg met de staatssecretaris plaatsvond. De memo’s en nota’s die ons werden toegestuurd werden meestal enkele dagen voor dat overleg samengesteld. Op 5 november blijkt, dat de onderhandelingen van het Ministerie met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en wellicht met andere maatschappelijke organisaties nog niet zijn begonnen. Op die dag wordt het congres van de VNG gehouden. Marco Florijn, toen wethouder in Leeuwarden en voorzitter van de commissie werk en inkomen van de VNG, deelde blijkens een bericht op de website van DIVOSA het volgende mee. Gemeenten kunnen en willen verantwoordelijkheid nemen voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Maar ze hebben daarbij ook andere instanties nodig. De VNG wil daarom snel in gesprek met kabinet, sociale partners en onderwijsinstellingen om afspraken te maken. "We moeten geen tijd verspillen aan discussies over wie de baas is, maar stappen maken en over onze eigen schaduw heen springen", aldus Marco Florijn tijdens het congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Divosa. Florijn was toen voorzitter van de commissie Werk en Inkomen van de VNG en wethouder in de gemeente Leeuwarden. Hij wil met het kabinet, sociale partners en vertegenwoordigers van het onderwijs afspraken maken over hoe we verder moeten met één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Wat moet er in de regeling en hoe gaan we hem uitvoeren? Florijn gaf aan dat deze afspraken niet gemaakt kunnen worden zonder daarbij de kennis en ervaring van gemeenten te gebruiken. Ook benadrukte hij de noodzaak tot samenwerking tussen gemeenten, UWV, Cedris en het ministerie van SZW.
De woordvoerder laat verder weten dat de ruim 100.000 mensen met de indicatie 'sociale werkplaats', de dans ontspringen. Zij behouden hun beschutte werkplek.
Cedris, de branchevereniging voor de sociale werkvoorziening (WSW) stelt alvast nuchter vast dat dit weinig ruimte creëert voor de 19.000 mensen op haar wachtlijsten. 'In 1998 zijn de WSW-eisen verscherpt. Er zitten bij ons nog mensen van voor die tijd die naar de huidige maatstaven geen sociale werkplek zouden krijgen', zegt voorzitter Joan Leemhuis-Stout. Lees het volledige bericht op de website van het Financieele Dagblad.
De vraag is, in hoeverre het artikel in het Financieel Dagblad van 8 november 2010 juist is. Uit een toespraak van de staatssecretaris in december 2010 blijkt, dat er pas op 15 november een ambtelijk ‘programmateam’ werken naar vermogen was geformeerd, in eerste instantie onder leiding van de functionaris Petra Lugtenburg. [1] De staatssecretaris deelde mee, dat dit team sinds 15 november hard aan het werk was. Op 15 november verschijnt blijkens de ons toegestuurde stukken ook een geheim gebleven nota. Vanaf 15 november moet de staatssecretaris behoudens enkele afwijkingen iedere donderdag met het programmateam hebben overlegd. Uit verschillende memo’s blijkt dat op die dag overleg met de staatssecretaris plaatsvond. De memo’s en nota’s die ons werden toegestuurd werden meestal enkele dagen voor dat overleg samengesteld. Op 5 november blijkt, dat de onderhandelingen van het Ministerie met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en wellicht met andere maatschappelijke organisaties nog niet zijn begonnen. Op die dag wordt het congres van de VNG gehouden. Marco Florijn, toen wethouder in Leeuwarden en voorzitter van de commissie werk en inkomen van de VNG, deelde blijkens een bericht op de website van DIVOSA het volgende mee. Gemeenten kunnen en willen verantwoordelijkheid nemen voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Maar ze hebben daarbij ook andere instanties nodig. De VNG wil daarom snel in gesprek met kabinet, sociale partners en onderwijsinstellingen om afspraken te maken. "We moeten geen tijd verspillen aan discussies over wie de baas is, maar stappen maken en over onze eigen schaduw heen springen", aldus Marco Florijn tijdens het congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Divosa. Florijn was toen voorzitter van de commissie Werk en Inkomen van de VNG en wethouder in de gemeente Leeuwarden. Hij wil met het kabinet, sociale partners en vertegenwoordigers van het onderwijs afspraken maken over hoe we verder moeten met één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Wat moet er in de regeling en hoe gaan we hem uitvoeren? Florijn gaf aan dat deze afspraken niet gemaakt kunnen worden zonder daarbij de kennis en ervaring van gemeenten te gebruiken. Ook benadrukte hij de noodzaak tot samenwerking tussen gemeenten, UWV, Cedris en het ministerie van SZW.
Het kabinet heeft plannen om te komen tot één regeling
voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt (Wajong, WSW, WWB), die
wordt uitgevoerd door gemeenten. Om van de regeling een succes te maken zijn
volgens de VNG de volgende punten noodzakelijk:
- investeren in samenwerking met werkgevers en onderwijs: zij hebben de banen en de opleidingen om mensen te plaatsen
- landelijke inzet op samenwerking met belangrijke sectoren: de VNG wil graag met overkoepelende sectoren landelijke afspraken maken die vervolgens in de regio worden opgepakt
- duidelijkheid van het kabinet over budgetten, verantwoordelijkheden, middelen en mogelijkheden
Een aantal sectoren zit te springen om
arbeidskrachten. Gemeenten willen graag in de regio met die sectoren samenwerken
en banen vervullen. De VNG wil afspraken maken waar gemeenten mee verder
kunnen.
Marco Florijn is nu wethouder in
Rotterdam.
[1] Toespraak staatssecretaris De Krom van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid tijdens het RUA Symposium op 29 november 2010 in
Amsterdam. De staatssecretaris benadrukt de noodzaak van regionale samenwerking
tussen lagere overheden, instanties en werkgevers. Wat dit laatste betreft
noemt hij als een mooi voorbeeld CAP100, het initiatief van de Lucille Werner
Stichting om honderd mensen met een beperking aan de slag te helpen bij grote
bedrijven.
donderdag 30 september 2010
Over het regeerakkoord van Rutte I en een commissie die de toekomst van het UWV moest onderzoeken
Op
30 september 2010 bereikten de Tweede Kamerfracties van VVD en CDA het
regeerakkoord, dat als motto heeft 'Vrijheid en verantwoordelijkheid'. In het
regeerakkoord worden ingrijpende reorganisaties en bezuinigingen in de sociale
zekerheid aangekondigd. De VVD kan de plannen zoals reeds neergelegd in nota’s
van diverse adviescommissies waar ook sociaal-democraten deel van uitmaakten en
in haar Participatiewet gaan uitvoeren. Het kabinet Balkenende IV heeft de weg
naar de nieuwe Wet Werken naar Vermogen reeds geplaveid. De sociaal-democratie
van hogere en lagere bestuurders gaat akkoord met de hoofdlijnen en de
uitgangspunten van de VVD plannen mits… voldoende geld wordt uitgetrokken voor
de reintegratie en participatiebudgetten voor de gemeenten waarmee werklozen en
gedeeltelijk gehandicapten naar betaald werk moeten worden begeleid. De nieuwe
regering kan aan de gang.
Al voor het regeerakkoord gesloten werd, op 6 september 2010, benoemde demissionair
minister Donner, die ook minister zou worden in het kabinet Rutte, een
commissie van 3 personen voor het doorlichten van het UWV. In september 2010
werd bekend, dat het UWV 90 miljoen teveel had uitgegeven aan reintegratie
activiteiten voor werklozen. De minister stelde daarop een commissie van drie
personen in, om dit te gaan onderzoeken en advies te geven. Hun formele opdracht was om voor 1
december ’advies uit te brengen over de mogelijkheden, beperkingen en
verbeteringen van de sturing binnen het UWV’.
Over Martin van Rijn een van de commissieleden, is het volgende bekend. Martin van Rijn hield op 20 mei 2010 een keynote speech voor aeDex, waarin hij in algemene, nogal vage bewoordingen ingaat op de gewenste, mogelijke en meest waarschijnlijke scenario’s van de combinatie maatschappelijk middenveld (waaronder instellingen in de gezondheidszorg en de woning corporaties) overheid en markt. De toespraak draagt als titel balanceren tussen overheid en markt. Een van de conclusies is dat welke combinatie van die drie ook wordt gekozen, het zal altijd leiden tot meer controle en toezicht van de overheid. Martin van Rijn was bestuursvoorzitter bij pensioenfonds PGGM, en tevens als extern bestuurder aangesteld bij uitkeringsinstantie UWV om er orde op zaken te stellen. Het UWV werd door minister Donner van Sociale Zaken op de vingers getikt vanwege een forse overschrijding van het re-integratiebudget. Van Rijn schreef een advies over een betere aansturing van het uitvoeringsapparaat van het UWV.
Van de heer Kist is het volgende bekend. Hij was van 1 september 2005 tot 7 augustus 2007 lid van het bestuur van de Autoriteit Financiële Markten, waar hij eerder reeds voorzitter was van de raad van toezicht. Hij voelde zich verplicht ontslag te nemen wegens onzorgvuldig beheer van privé-beleggingen. Het in 2007 opgestapte AFM-bestuurslid Anne Willem Kist blijkt in 2007 zijn aandelen Fortis te hebben verkocht, terwijl hij op dat moment in zijn rol als toezichthouder op de hoogte was van alle details van de overnamestrijd die de bank voerde rond ABN AMRO. Tot 1997 werkte hij als advocaat in Amsterdam en Den Haag. Van 1997 tot zijn benoeming in Leiden werkte hij als directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Van 1 januari 2003 was Kist voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Leiden. In 2005 legde hij deze functie weer neer. Kist is tevens raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof te Amsterdam. In 1997 trad hij af als voorzitter van de NMA, de Nederlandse Mededingings autoriteit. Sommigen veronderstellen dat hij als voorzitter van de NMa verantwoordelijk was voor haar falen in de bouwfraude kwestie.
Over Martin van Rijn een van de commissieleden, is het volgende bekend. Martin van Rijn hield op 20 mei 2010 een keynote speech voor aeDex, waarin hij in algemene, nogal vage bewoordingen ingaat op de gewenste, mogelijke en meest waarschijnlijke scenario’s van de combinatie maatschappelijk middenveld (waaronder instellingen in de gezondheidszorg en de woning corporaties) overheid en markt. De toespraak draagt als titel balanceren tussen overheid en markt. Een van de conclusies is dat welke combinatie van die drie ook wordt gekozen, het zal altijd leiden tot meer controle en toezicht van de overheid. Martin van Rijn was bestuursvoorzitter bij pensioenfonds PGGM, en tevens als extern bestuurder aangesteld bij uitkeringsinstantie UWV om er orde op zaken te stellen. Het UWV werd door minister Donner van Sociale Zaken op de vingers getikt vanwege een forse overschrijding van het re-integratiebudget. Van Rijn schreef een advies over een betere aansturing van het uitvoeringsapparaat van het UWV.
Van de heer Kist is het volgende bekend. Hij was van 1 september 2005 tot 7 augustus 2007 lid van het bestuur van de Autoriteit Financiële Markten, waar hij eerder reeds voorzitter was van de raad van toezicht. Hij voelde zich verplicht ontslag te nemen wegens onzorgvuldig beheer van privé-beleggingen. Het in 2007 opgestapte AFM-bestuurslid Anne Willem Kist blijkt in 2007 zijn aandelen Fortis te hebben verkocht, terwijl hij op dat moment in zijn rol als toezichthouder op de hoogte was van alle details van de overnamestrijd die de bank voerde rond ABN AMRO. Tot 1997 werkte hij als advocaat in Amsterdam en Den Haag. Van 1997 tot zijn benoeming in Leiden werkte hij als directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Van 1 januari 2003 was Kist voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Leiden. In 2005 legde hij deze functie weer neer. Kist is tevens raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof te Amsterdam. In 1997 trad hij af als voorzitter van de NMA, de Nederlandse Mededingings autoriteit. Sommigen veronderstellen dat hij als voorzitter van de NMa verantwoordelijk was voor haar falen in de bouwfraude kwestie.
Van de heer Bruins Slot is het volgende bekend. In 1998 werd
Bruins Slot hoofddirecteur van de Informatie Beheer Groep in Groningen en in
2000 secretaris-generaal bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap. In 2003 volgde hij Gerrit-Jan Wolffensperger op als voorzitter van
de Raad van Bestuur van de NPO (voorheen genoemd het hoofdbestuur van de
Publieke Omroep (PO) en NOS). Onder zijn leiding werd de publieke televisie
ingrijpend hervormd. De omroepen raakten hun vast zendkanaal kwijt. De drie
netten kregen elk een profiel. De omroepen voerden fel verzet tegen dit plan,
omdat ze niet langer een avondvullend gevarieerd programma konden aanbieden.
Maar na de invoering won de publieke omroep veel terrein terug in de
kijkcijfers op de commerciëlen. Op 1 juni 2008 ging hij met vervroegd pensioen.
Sinds 1 september 2008 is hij voorzitter van het bestuur van KWF
Kankerbestrijding
[1] Demissionair
minister Donner (sociale zaken) maakte bekend dat het driemanschap bestond uit
Anne-Willem Kist (voorzitter van de raad van advies Nederlandse
Zorgautoriteit), Harm Bruins Slot (voorzitter van KWF Kankerbestrijding) en
Martin van Rijn (bestuursvoorzitter van pensioenfonds PGGM).
woensdag 9 juni 2010
Invoering van de Tijdelijke Wet Loondispensatie
28 mei 2010. Invoering van de Tijdelijke Wet
Pilot Loondispensatie. De wet treedt in werking op 9 juni 2010. En is vervallen m.i.v. 1 januari 2013.
Reeds
op 9 juni 2010 werd door het demissonaire kabinet Balkenende IV, dat 20
februari 2010 was gevallen en bestond uit Partij van de Arbeid, CDA en Christen
Unie de Tijdelijke Wet Pilot Loondispensatie ingevoerd. Minister Donner en
staatsecretaris Klijnsma regeerden dus gewoon door. Hierbij ging een 32 tal gemeenten
experimenteren met het tewerkstellen van werklozen waarbij ze slechts een
gedeelte van het minimumloon krijgen uitbetaald. De pilot
is ingevoerd om de effecten van de maatregel te meten voordat hij over de hele
linie in het kader van de wet werken naar vermogen moet worden ingevoerd. Nog voor de
resultaten van de pilot bekend waren heeft de minister besloten, dat invoeren over
de gehele linie sowieso te doen. Voor de pilot is een Begeleidingscommissie
onderzoek pilots Werken naar vermogen ingesteld. Besluit van 3 juni 2010,
Stcrt. 2010, nr. 8759
De
begeleidingscommissie is als volgt samengesteld.
Dhr.
prof.dr. W.Trommel. Voorzitter. Ontvangt een vergoeding.
Dhr. B. Schriever
Mw. C. van Wijngaarden
Mw. C. Urbanus
Mw. A. van der Giezen
Mw. A.C. den Bakker
Dhr. G.B. van Woerdekom
Mw. P.J.E.P. van der Heijden
Mw. E. Hoetering
Dhr. M. van Mierlo
Mw. E.C.M. Smits
Dhr. B.H. van Apeldoorn
Mw. E.E. Vruggink
Dhr. B. Schriever
Mw. C. van Wijngaarden
Mw. C. Urbanus
Mw. A. van der Giezen
Mw. A.C. den Bakker
Dhr. G.B. van Woerdekom
Mw. P.J.E.P. van der Heijden
Mw. E. Hoetering
Dhr. M. van Mierlo
Mw. E.C.M. Smits
Dhr. B.H. van Apeldoorn
Mw. E.E. Vruggink
vrijdag 4 juni 2010
Het pensioenakkoord
Er
kan worden geconstateerd, dat in 2009 maar met name ook tijdens de
onderhandelingen over de nieuwe Wet Werken naar Vermogen in de winter van 2010
op 2011 de VVD de publiciteit beheerste. Terwijl in voorgaande jaren nog
initiatieven en maatregelen van 'links' in de publiciteit kwamen, ook op lokaal
niveau, kon 'links' in de periode daarop in de hoofdstroom van de publiciteit
slechts defensief reageren op de vele initiatieven die de VVD heeft genomen. Zo
werd in februari 2010 in eerste
instantie door VVD kamerlid Stef Blok een initiatiefwetsvoorstel ingediend, dat
de voorwaarde introduceert dat immigranten de Nederlandse taal moeten beheersen
alvorens zij aanspraak kunnen maken op een Bijstanduitkering. Na de nodige
wijzigingen werd het wetsvoorstel in februari 2011 ingediend. Alternatieve
voorstellen van 'links' waren uitgezonderd de SP meer een daarop aansluitende
alternatieve afbraakpolitiek zoals verkorting van de Werkloosheidswet,
verhoging pensioengerechtigde leeftijd, alternatieve flexibilisering van de
arbeidsmarkt, etc. waarbij de PVV zich profileerde als verdediger van de bestaande
belangen en rechten van de 'hardwerkende Nederlander' en de ‘hulpbehoevende
bejaarden’. Het is de combi van VVD en PVV standpunten waar veel mensen in
geloofden. Dus de meer of minder bewuste creatie van een soort onder discipline
gebrachte onderklasse, gecombineerd met ogenschijnlijk een verdediging van de
belangen van middengroepen. De meeste linkse partijen hebben zeer verdeeld en
halfslachtig op deze ontwikkeling gereageerd.
Tijdens
het kabinet Balkenende IV werd toch op 4 juni 2010 een sociaal akkoord tot
stand gebracht tussen Rijk, werkgevers en werknemersorganisaties over de
pensioenen. Uit het pensioenakkoord: ‘De arbeidsparticipatie van
oudere werknemers is het afgelopen decennium geleidelijk toegenomen; dit mede
als gevolg van wijzigingen in sociale zekerheid- en vroegpensioenregelingen. Invoering
van de in dit akkoord overeengekomen wijzigingen van de AOW en de aanvullende
pensioenen zal deze positieve ontwikkeling verder stimuleren. Daarnaast zijn stimulerende
maatregelen nodig om het de werkgever en zijn werknemers aantrekkelijk te maken
om langer met elkaar door te gaan. Sociale partners zullen daarom aanvullend
een beleidsagenda ontwikkelen om de arbeidsparticipatie van oudere werknemers
en de arbeidsmobiliteit van ouderen substantieel te verbeteren. Hierin zijn
alle relevante onderwerpen aan de orde: leeftijdsbewust personeelsbeleid,
werving en selectie, employability, scholing, arbeidsflexibiliteit (incl. rechtspositionele
en sociale zekerheidsaspecten alsmede de zogenoemde perverse prikkels in
decentrale regelingen. Ook zullen voorstellen worden gedaan ten aanzien van de
sociale zekerheid in samenhang met de inzet van arbeidsmarktinstrumenten welke
ook specifiek op oudere werknemers zijn afgestemd. Sociale partners nemen zich
voor deze beleidsagenda in het najaar van 2010 te presenteren en periodiek te
monitoren op zijn effecten’.
En er waren vele voornemens in het pensioenakkoord, waarvan volgens mij niets terecht is gekomen. Tekst uit het pensioenakkoord:
En er waren vele voornemens in het pensioenakkoord, waarvan volgens mij niets terecht is gekomen. Tekst uit het pensioenakkoord:
De arbeidsparticipatie van oudere werknemers is
het afgelopen decennium geleidelijk toegenomen; dit mede als gevolg van
wijzigingen in sociale zekerheid- en vroegpensioenregelingen.
Invoering van de in dit akkoord overeengekomen
wijzigingen van de AOW en de
aanvullende pensioenen zal deze positieve
ontwikkeling verder stimuleren. Daarnaast zijn
stimulerende maatregelen nodig om het de
werkgever en zijn werknemers aantrekkelijk te
maken om langer met elkaar door te gaan.
Sociale partners zullen daarom aanvullend een
beleidsagenda ontwikkelen om de arbeidsparticipatie van oudere werknemers en de
arbeidsmobiliteit van ouderen substantieel te verbeteren. Hierin zijn alle
relevante onderwerpen aan de orde: leeftijdsbewust personeelsbeleid, werving en
selectie, employability, scholing, arbeidsflexibiliteit (incl.
rechtspositionele en sociale zekerheidsaspecten alsmede de zogenoemde perverse
prikkels in decentrale regelingen.
Ook zullen voorstellen worden gedaan ten
aanzien van de sociale zekerheid in samenhang
met de inzet van arbeidsmarktinstrumenten welke
ook specifiek op oudere werknemers
zijn afgestemd. Sociale partners nemen zich
voor deze beleidsagenda in het najaar van 2010 te presenteren en periodiek te
monitoren op zijn effecten.
Het lijkt me dat afspraken over een reintegratiebudget
voor oudere werknemers en werklozen raakt aan het participatiebudget in het
kader van de bijstand en de nieuwe WWNV dat voor gemeenten beschikbaar is. Het
komt uit dezelfde pot, lijkt mij. (Zie ook brief van de LCR verderop)
donderdag 12 november 2009
Nieuwe proefballonnen. Over een denktank en een snoepreisje naar Amerika
Op
11 november 2009 werd een Manifest geschreven door leden van De Baliegroep, een
onafhankelijke denktank van personen uit de wereld van werkgevers en werknemers
en de publieke sector. Het Manifest werd gepubliceerd in de Volkskrant. [1] Leo
Hartveld van de FNV reageerde furieus. 'Balie-voorstel haalt solidariteit uit
de samenleving' zei hij. Hij constateerde het volgende over de inhoud van het
Balierapport. De arbeidsmarkt van nu, met zijn uitzendkrachten,
deeltijdwerknemers en zzp’ers, vraagt om nieuwe arbeidsverhoudingen. Werkenden
moeten zelf verantwoordelijk worden voor hun sociale zekerheid. De FNV
vakcentrale ziet er echter niets in.
“Het
enige dat je volgens dit voorstel overhoudt is een ministelsel sociale
zekerheid. Alles dat boven dat minimum zit wordt losgelaten. Het is een
ultra-individualistisch verhaal, dat haaks staat op de oplossing, namelijk
collectiviteit en solidariteit. Aan zo’n ‘sociaal contract’ wil ik niet
deelnemen”, zegt Leo Hartveld.
“Wij
komen niet tot de conclusie dat we dan maar alles individueel moeten regelen.
Sparen kun je doen voor dingen waar je individueel voor kunt kiezen, zoals een
sabbatical. Maar ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid heb je niet in
de hand. Mensen die daardoor getroffen worden, zijn zo door hun individuele
spaarpot heen. Zij vallen dan terug op dat ministelsel, een soort
bijstandsuitkering. Je moet die risico’s dus verplicht collectief regelen.
“Ook
de problemen van zelfstandigen en flexwerkers moet je oplossen in de
collectiviteit en solidariteit. Dit Balie-verhaal leidt tot een ultra-liberaal
individualisme, waarbij de sterken beter af zijn, maar degenen die met de
risico’s worden geconfronteerd de sigaar zijn. Daar komt nog bij dat de sociale
redzaamheid in veel risicogroepen klein is’.
Amerika
Eind november 2009/begin december bezoekt een Nederlandse delegatie de Verenigde Staten om zich te laten bijpraten over het Amerikaanse sociale stelsel. [2] De deelnemers, waaronder staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA), zien aanknopingspunten voor Nederlands beleid. Veertien 'politieke en bestuurlijke kopstukken uit de wereld van uitkeringen en werk, met een hoog PvdA-gehalte', lieten zich informeren. René Paas, voorzitter van de belangenvereniging van sociale diensten: "Het zou wel eens kunnen dat hier de basis is gelegd voor de herziening van het sociale stelsel in de komende drie jaar.” In het Amerikaanse systeem hebben alleen kostwinnaars recht op bijstand, mits ze kinderen hebben. In de praktijk zijn dat met name alleenstaande vrouwen. Wie geen kind heeft, kan voor zo’n 200 dollar per maand voedselbonnen krijgen. Dat is de 'bijstand' waar zij van moeten rondkomen. Dit zijn meestal alleenstaande jonge mannen zonder werk, die vervolgens vaak in de criminaliteit belanden, schrijft Trouw.
Deze
beperking is volgens Klijnsma en haar delegatiegenoten niet direct toepasbaar
op de Nederlandse situatie, maar de tijdelijkheid van de bijstand (uitkeringen
worden in de VS hooguit vijf jaar verstrekt) stuit wel op enthousiasme. Zo
zegt Eric ten Hulsen, directeur van de Amsterdamse Dienst Werk en Inkomen,
in Trouw: "Je gaat dan met een heel andere focus met die mensen aan
de slag. Het idee is veel meer om mensen in hun eigen kracht te houden."
Bewindsvrouw Klijnsma, die zelf met de sociale hervormingen in Nederland aan de
slag moest, vult aan op Van Hulsen: "Die tijdelijkheid houdt wel de druk
erop." Dat mensen in Amerikaanse projecten nog een tijdje worden
begeleiden na het vinden van werk, spreekt haar ook erg aan: "Uiteindelijk moeten mensen zelf
verantwoordelijkheid nemen voor hun leven. Maar de begeleiding bij ons kan vaak
echt een onsje enthousiaster. Als je ’s nachts ineens in een dikke depressie
zit, moet je iemand kunnen bellen."
[1] Ondertekenaars
oa Leni Beukema (De Onderlinge), Jeroen de Glas (voorzitter FNV-Jong), Hans
Kamps (voorzitter ABU), Kick van der Pol (voorzitter Boaborea), Alexander
Rinnooy-Kan (voorzitter SER), Doekle Terpstra (voorzitter HBO-raad), Tof
Thissen (fractievoorzitter GroenLinks Eerste Kamer/oud voorzitter Divosa).
Abonneren op:
Posts (Atom)