woensdag 5 januari 2011

Een nieuw jaar met nieuwe onderhandelingen over nieuwe punten


Begin januari pakt men de zaken weer op. 3 januari is er een niet openbaar gemaakt verslag van overleg met derden. Op deze dag verschijnt ook een nieuwe conceptversie van de hoofdlijnennotitie om 12:42.
4, 5 en 6 januari zijn er ook weer niet openbaar gemaakt verslagen van overleggen. Mogelijk is dit de start van het overleg tussen Rijk, UWV en VNG over een nieuw bestuursakkoord. Openbare bronnen melden dat dit overleg ‘begin januari’ is begonnen.  

5 januari 2011 verschijnen er ook weer nieuwe memo’s. Nrs 12, 13, 14 15 en 16. Een memo gaat over de ontschotting reintegratiebudgetten WWB, WSW en Wajong. Een ander memo over de nadere invuling en uitwerking van het instrument van de loondispensatie. Hierbij komt een nieuw discussiepunt boven water, dat zoals later zal blijken is ingebracht door de gemeenten. De tekst van het memo: ‘In de pilot loondispensatie is ook een afbakening opgenomen. Deze afbakening is echter breder dan die in de Wajong. In de pilot kan loondispensatie, naast de verstandelijke, lichamelijke of psychische beperkingen, ook toegepast worden voor degenen die door een psycho-sociale beperking geen WML kunnen verdienen. Psycho-sociale beperkingen duiden op een samenhang tussen het psychisch functioneren van een persoon  in interactie met de sociale omgeving. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan verslaving of agressief gedrag. Deze personen vallen nu ook niet onder de indicatie  ‘begeleid werken’. Gemeenten in de pilot geven aan dat zij vooral bij de psychosociale beperkingen loondispensatie zien als instrument om deze mensen te laten participeren.’ Einde citaat.

Op 5 januari is ook een nota over de herindeling van het zittende bestand in de Wajong klaar. De nota is bedoeld voor het voorbereiden van het debat met de Tweede Kamer over de hoofdlijnennotitie en het voorbereiden van het wetsvoorstel. Een andere tekst gaat over een nieuw punt, nl een onderzoek naar de gezamenlijke uitbetaling van het loon en aanvullende uitkering in het systeem van de loondispensatie. In de kabinetsreactie op het rapport van de commissie De Vries is aangekondigd dat het kabinet de mogelijkheid en wenselijkheid wil onderzoeken om op verzoek van de betrokken werknemer het uitkeringsdeel samen met het loon via de werkgever te laten betalen. De memo is verder leeg en het blijft onduidelijk wat hierover aanvankelijk is besloten. 

dinsdag 21 december 2010

Onderhandelingen met derden over de eerste hoofdlijnen notities


Op 17 december 2010 verschijnt een set van drie memo’s op het ministerie die met de staatssecretaris besproken zullen worden op 20 december 2010 ‘s middags. Onderwerpen zijn prikkels voor de gemeenten bij decentrale uitvoering, procedures om te komen tot een beschrijving van de verschillende groepen die onder verschillende regelingen vallen, claimbeoordeling, indicatiestelling, toegangstoets, loonwaarde mbt de Wajong en de loondispensatie. Inmiddels is zoveel materiaal verzameld en zijn zoveel beslissingen genomen, dat op 20 december ’s middags ook de eerste concept hoofdlijnen notitie kan verschijnen. Na het overleg met de staatssecretaris wordt de conceptnotitie alweer gewijzigd, want aan het eind van de middag verschijnt de tweede versie van de hoofdlijnen notitie.

20 december is sowieso een belangrijke dag, want er verschijnen op die datum nieuwe memo’s. Een over reikwijdte nieuwe regeling werken naar vermogen en een over het tijdpad Invoeringswet en lagere regelgeving werken naar vermogen. Verder is er een memo dat de volgende tekst bevat: reintegratieinstrumenten en werkvoorzieningen, sociaal akkoord, werkgeversbenadering en –centra en reintegratiemarkt. Merkwaardig is, dat er met de hand bijgeschreven staat dat het memo 13 is, terwijl memo 12 5 januari verschijnt even als memo 14. Heeft men op dit moment nog de illussie gehad, dat er een sociaal akkoord zou komen met werkgevers en werknemers organisaties?. 20 december zijn er ook twee niet openbaar gemaakte nota’s en  twee geheime memo’s.

De volgende dag, 21 december heeft een overleg plaatsgevonden waarvan het gespreksverslag geheim is. Wellicht met de VNG en missschien is er met vakbonden en werkgevers ook wel gepraat aan de hand van een van de eerste versies van de hoofdlijnen notitie, die na het overleg diverse malen gewijzigd is. Want dezelfde dag verschijnen de derde en vierde en vijfde versie van de hoofdlijnennoitie om 16:07, 17:01 en 18:02. De volgende conceptversie zou pas 3 januari 2012 verschijnen. De VNG schakelt bij de onderhandelingen afzonderlijke gemeenten in, om druk uit te oefenen. 21 december staat er een bericht in Binnenlands Bestuur dat steeds meer gemeenten in opstand komen  tegen de manier waarop ze het moeten doen. Ze willen wel, maar niet zonder ´bijbehorend budget en bijbehorende beleidsruimte´. Etten-Leur, Helmond en Nijmegen zijn drie van de zeker 11 gemeenten waar een motie is ingediend én aangenomen waarin de zorgen kenbaar worden gemaakt. Zonder extra geld en middelen kunnen de taken die het kabinet naar de gemeenten wil overhevelen ´niet worden uitgevoerd´, aldus de motie. Hun woordvoerder in Binnenlands bestuur is de al eerder genoemde Hans Wierema. ´We willen met deze motie vooral een tegengeluid afgeven´, zegt hij. 'Ze denken misschien dat ze alles naar beneden door kunnen drammen, maar zo werkt het niet´. [1]

22 december 2010 vindt dan het officiele overleg plaats van de staatssecretaris en ambtenaren met UWV, Cedris, VNG en Divosa dat in de eerste memo’s al is aangekondigd. Dit overleg wordt waarschijnlijk genoemd in de niet openbare verslagen van overleggen waarvan er 2 op 22 december zijn. Wellicht hebben de vergaderingen met Cedris, Divosa, UWV en VNG niet in een vergadering plaatsgevonden, maar afzonderlijk. Of is er daarnaast nog overleg geweest met anderen. In de ons toegestuurde stukken en genoemde data van verschenen stukken wordt niets genoemd tussen 22 december en 28 december. Op 28 december ziet een niet openbare nota het licht. En op 1 januari verschijnt een geheim memo. Wellicht zijn de onderhandelingen in de kerstvakantie op een laag pitje gezet.


[1] Lees het volledige bericht bij Binnenlands Bestuur.


dinsdag 14 december 2010

De eerste beslispunten op het ministerie


Op 9 december is er een set van 6 memo’s. De set bevat een groot aantal beslispunten. Het blijkt dat de memo’s besproken zijn op donderdag 14 december 2010. De dag ervoor op woensdag moet al een overleg hebben plaatsgevonden met derden, want op die datum is er een niet openbaar gemaakt gespreksverslag.

Hans Wierema,  fractievoorzitter van de PvdA in de gemeente Etten-Leur, is er vroeg bij om vanuit de gemeenten een signaal af te geven dat men niet zomaar alles pikt dat van bovenaf wordt verordonneert. [1]. Etten-Leur gaat de nieuwe door de regering opgelegde taken als de Wajong, Jeugdzorg en de AWBZ niet uitvoeren als er geen extra middelen beschikbaar komen. Dat heeft de gemeenteraad van Etten-Leur woensdagavond unaniem besloten, nadat de PvdA in Etten-Leur hierover een motie had ingediend. Lees het complete bericht op www.bndestem.nl

De onderwerpen en beslispunten in de memo’s die op donderdag 14 december zijn besproken moeten verdere richting geven om de regeling Werken naar Vermogen nader uit te werken. Het zou als input moeten dienen voor de dan geplande startnotitie van januari 2011 en het in maart 2011 voorziene wetsvoorstel.

Men bespreekt die donderdag in de eerste plaats het tijdpad wetgevingstraject regeling werken naar vermogen. Het tijdpad wordt blijkbaar ten opzichte van de bestaande plannen niet gewijzigd. Er is een bespreekpunt maar geen beslispunt.

Uit het tweede memo blijkt, dat men begint met het beoordelingscriterium volledig, duurzaam arbeidsongeschikt in de Wajong. Men vraagt zich af wie daarvoor in aanmerking komen. Er een beslispunt. Memo 2 heeft het karakter van een nota. Aanleiding  is de Wajong Vanaf 2012 alleen nog toegankelijk te maken voor jongeren die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. ‘We bedoelen hiermee de groep die nooit enig inkomen, zelfs niet met loondispensatie of in de WSW, heeft kunnen verdienen. De uitkering is gunstiger dan voor jongeren die in de nieuwe regeling ‘werken naar vermogen’ komen’.

Men wil nieuwe beoordelingscriteria en begrippen introduceren voor de definitie van ‘duurzaam arbeidsongeschikt’. Er zijn andere andere begrippen nodig dan nu in de Wajong gebruikt worden. Men werkt samen met het UWV om de nieuwe begrippen te ontwikkelen. Op de volgende bladzijde wordt het oude systeem uitgelegd. Met de nieuwe begrippen, die weggelakt zijn, kunnen vervolgens de deelbegrippen “helemaal geen loon kunnen verwerven”en “duurzaam arbeidsongeschikt”verder uitgewerkt worden. Een en ander zal nader uitgewerkt worden ten behoeve van een brief aan de Kamer en het wetsvoorstel.

Verder spreekt men op deze dag blijkens memo 3 over de instrumenten die ingezet kunnen worden voor Wajong doelgroep voor de gemeenten. Er is een beslispunt. Vervolgens bespreekt men de aanpassingen van de WSW. Ten aanzien van de uitvoering van de nieuwe wet bespreekt men ook een groot aantal beslispunten.

En tenslotte spreekt men blijkens memo 6 deze dag over de financiering. In dit memo wordt ingegaan op de financiele gevolgen van het toevoegen van gedeeltelijk arbeidsongeschikte Wajongers aan de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Een nota over de financiering  in relatie tot de WSW volgt op een later moment. De financiele gevolgen zullen nog vaak terugkomen. Het is het hete hangijzer van de onderhandelingen die met de VNG op gang worden gebracht.


[1] Bericht in Binnenlands Bestuur van 14 december 2010

woensdag 8 december 2010

De opstart van de onderhandelingen


Op 8 en 9 december 2010 zou het Kamerdebat over de begroting van het ministerie van SOZAWE worden gehouden. In november en begin december benaderen diverse partijen de Tweede Kamer met de bedoeling, een gesprek cq onderhandelingen met het Ministerie op gang te kunnen brengen. 3 december 2010 stuurt Divosa een brief naar de vaste Kamercommissie waarin de zorgen worden geuit die bij managers van sociale diensten leven. Men is het eens met het uitgangspunt van het wetsvoorstel- samenvoeging van bijstand, Wajong en WSW, maar men protesteert tegen de dan al bekend zijnde kortingen op de reintegratiebudgetten, en men wijst de kamerleden op de negatieve gevolgen van de kabinetsplannen op de vrijwillige inburgering, armoedebestrijding, schuldhulpverlening en de WSW. De plannen van de regering waren op dat moment in 2011 100 miljoen te korten op de reintegratiebudgetten en in 2012 400 miljoen.

De boodschap is duidelijk: we pikken dit niet zomaar, er moet overleg plaatsvinden. Staatssecretaris De Krom gaf tijdens het Kamerdebat dan ook aan, de nieuwe wet te willen ontwerpen in nauwe samenwerking met gemeenten. Begin december wordt duidelijk dat er in ieder geval een groots opgezet overleg zou plaatsvinden op 22 december 2010. Met name met UWV, Cedris, VNG en Divosa. 
Uit een memo van 9 december 2010 blijkt, dat het ministerie er nog naar streeft in januari 2011 een startnotitie over de nieuwe wet openbaar te kunnen maken en een concept wetsvoorstel klaar te hebben in maart 2011. Het tijdpad om concrete voorstellen in te dienen tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie op 12 december wordt verlaten, waarvan sprake is in het bericht van het Financieel Dagblad op 8 november.  Wel blijkt tijdens de kamerbehandeling van de begroting van het ministerie, dat de regering ernaar streeft de WWNV 1 januari 2012 te laten ingaan.

donderdag 2 december 2010

Het rapport van de commissie van drie over het UWV

2 december 2010 is de verschijningsdatum van het rapport van de commissie van drie over het UWV. Dit rapport is belangrijk met name ten aanzien van de toekomst van het UWV en welke taken deze instelling zou moeten hebben in verband met de invoering van de wet werken naar vermogen. Deze wet beoogt immers, dat een aanzienlijk deel van de reintegratiegelden die tot dan toe door het UWV gebruikt werden, overgaan naar de gemeenten aangezien de gedeeltelijk arbeidsongeschikte Wajongers onder de nieuwe wet werken naar vermogen zouden moeten vallen die decentraal uitgevoerd moet worden door de gemeenten. Het lijkt erop dat memo 3 en memo 5 op deze materie betrekking hebben. Eigenlijk gaat het sowieso om de vraag, of er nog wel een apart uitvoeringsorgaan moet bestaan voor de uitvoering van werknemersverzekeringen zoals de WW, de Wajong, de Ziektewet en de WIA of WAO. Daarin spelen figuren uit de wereld van de pensioenfondsen als adviseur een rol. (Oa bij de advisering over het tot standkomen van de WIA). En de gemeenten spelen natuurlijk een rol in het naar zich toe trekken van bevoegdheden. Minister Kamp heeft tijdens de verkiezingen gezegd, dat hij voorstander was van afschaffing van het UWV. Globaal blijken er drie standpunten te zijn over de toekomst van het UWV, waarbij het vooral ook gaat om de organisatie van de arbeidsbemiddeling van werklozen en waar die gelden naartoe gaan. (Afgezien van de bezuinigingen) De gemeenten willen zichzelf een grotere rol toebedelen en dat willen de politieke partijen in de Tweede Kamer VVD, CDA en PvdA ook. Het tweede standpunt wordt ingenomen door de werkgevers, die een grotere rol zien weggelegd voor uitzendbureau’s in de bemiddeling en niet bij de gemeenten of het UWV. En het derde standpunt wordt ingenomen door de vakbonden, die alles bij het oude willen laten. In feite is er een ontwikkeling op gang gekomen, waarbij in de toekomst het UWV, waarop sterk zal worden bezuinigd, alleen nog zijn expertise op het gebied van keuringen zal inzetten en de arbeidsbemiddeling geheel verdwijnt bij dat instituuut. Bij het UWV werkten in 2011 20.000 mensen, ruim 10.000 minder dan bij de oprichting in 2002. De bedoeling is dat er nog duizenden banen gaan verdwijnen. Nu al werken de UWV en de gemeenten samen op de werkpleinen, hoewel van een algehele integratie nog lang geen sprake is en de gemeenten en het UWV nog veel langs elkaar heen werken. Het driemanschap publiceerde begin december 2010 haar bevindingen, vlak voor de datum van de eerste memoset die ons werd toegestuurd. De resultaten van het rapport van de commissie van drie zal in deze memoset verwerkt zijn. Je zou dus kunnen zeggen dat de hoofdlijnen van de ontwikkeling en van het beleid eind december 2010 al vaststonden. 

maandag 22 november 2010

Nieuwe rapporten en cijfers over uitstroom van bijstandsgerechtigden


Een ander rapport dat ik in de voorbereidingsfase noem is van de Inspectie Werk en Inkomen van 22 november 2010. De Inspectie concludeert dat er meer aandacht nodig is voor WWB’ers en WW’ers die op meerdere gebieden problemen hebben. Het gaat om een grote groep mensen: zo heeft naar schatting ruim de helft van de 300.000 mensen in de WWB ernstige problemen op meerdere gebieden. Goede hulp aan mensen met meerdere problemen vereist maatwerk. Een goede samenwerking met organisaties op andere terreinen - zoals zorg, onderwijs en huisvesting - is daarbij essentieel. Vaak is het van belang om de cliënt door te sturen naar meer specialistische ondersteuning.

Om de juiste dienstverlening te geven, moet zo vroeg mogelijk duidelijk worden dat er meerdere problemen zijn. Zonodig moet de cliënt worden doorverwezen naar meer intensieve dienstverlening. In de praktijk is dat vaak lastig: veel cliënten zijn huiverig om meteen al hun problemen op tafel te leggen. En voor de contactpersonen van gemeente en UWV is het doorvragen naar problemen niet altijd een vast onderdeel van het eerste gesprek. Naast een snelle en juiste diagnose is een grote mate van betrokkenheid van de klantmanager onmisbaar om mensen met meerdere problemen goed te kunnen helpen. Hij of zij moet een vertrouwensband kunnen opbouwen en flexibel kunnen zijn. De intensieve dienstverlening aan deze mensen vraagt natuurlijk meer tijd en aandacht dan begeleiding van mensen die zelf min of meer in staat zijn werk te vinden. Er is sprake van een spanning tussen de dienstverlening die nodig is en het aantal cliënten van een klantmanager die zich toelegt op deze probleemgevallen.

Het is moeilijk om het resultaat van de dienstverlening aan mensen met een opeenstapeling van problemen precies te meten en aan te tonen. Het is meestal niet uit te drukken in aantallen plaatsingen naar werk. Het resultaat bestaat vaak uit persoonlijke effecten, zoals meer welzijn en een verkleining van de afstand tot werk. Ook zijn er maatschappelijke effecten, zoals minder beroep op gezondheidszorg, verbeterde veiligheid, minder criminaliteit. Die persoonlijke en maatschappelijke effecten van dienstverlening zijn vaak onvoldoende zichtbaar. [1]

Op dezelfde dag waarop het rapport van de Inspectie verschijnt ziet de reintegratie monitor van de Raad voor Werk en Inkomen het licht. Er wordt verder bekend, dat juist nu gemeenten er beter in slagen mensen uit de bijstand aan werk te helpen, het mes rigoureus in het re-integratiebudget gaat. Door deze bezuinigingen vanuit Den Haag – zeker 100 miljoen minder in 2011 luidt de prognose – raken gemeenten in de klem doordat het aantal bijstandsklanten weer groeit, zoals de re-integratiemonitor van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) liet zien. Van de mensen die via de sociale dienst in 2007 met re-integratie zijn begonnen, is bijna de helft (47 procent) binnen twee jaar betaald aan het werk gegaan, blijkt uit de jongste cijfers. [2]


[2] Lees het complete artikel op de website van De Volkskrant.

vrijdag 5 november 2010

De posities worden ingenomen

Op 8 november 2010 verschijnt een bericht in het Financieel Dagblad, waarin staat dat op het ministerie SOZAWE volgens de schrijver van het artikel ‘koortsachtig’ gewerkt wordt aan wat de grote hervorming van het kabinet Rutte moet worden: de invoering van de WWNV met haar samenvoeging van WWB, Wajong en WSW. Een woordvoerder van de staatssecretaris laat weten dat de concrete invulling van het plan een maand later komt, bij de behandeling van de begroting van Sociale Zaken in de Tweede Kamer. 
De woordvoerder laat verder weten dat de ruim 100.000 mensen met de indicatie 'sociale werkplaats', de dans ontspringen. Zij behouden hun beschutte werkplek.

Cedris, de branchevereniging voor de sociale werkvoorziening (WSW) stelt alvast nuchter vast dat dit weinig ruimte creëert voor de 19.000 mensen op haar wachtlijsten. 'In 1998 zijn de WSW-eisen verscherpt. Er zitten bij ons nog mensen van voor die tijd die naar de huidige maatstaven geen sociale werkplek zouden krijgen', zegt voorzitter Joan Leemhuis-Stout. Lees het volledige bericht op de website van het Financieele Dagblad.

De vraag is, in hoeverre het artikel in het Financieel Dagblad van 8 november 2010 juist is. Uit een toespraak van de staatssecretaris in december 2010 blijkt, dat er pas op 15 november een ambtelijk ‘programmateam’ werken naar vermogen was geformeerd, in eerste instantie onder leiding van de functionaris Petra Lugtenburg. [1] De staatssecretaris deelde mee, dat dit team sinds 15 november hard aan het werk was. Op 15 november verschijnt blijkens de ons toegestuurde stukken ook een geheim gebleven nota. Vanaf 15 november moet de staatssecretaris behoudens enkele afwijkingen iedere donderdag met het programmateam hebben overlegd. Uit verschillende memo’s blijkt dat op die dag overleg met de staatssecretaris plaatsvond. De memo’s en nota’s die ons werden toegestuurd werden meestal enkele dagen voor dat overleg samengesteld. Op 5 november blijkt, dat de onderhandelingen van het Ministerie met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en wellicht met andere maatschappelijke organisaties nog niet zijn begonnen. Op die dag wordt het congres van de VNG gehouden. Marco Florijn, toen wethouder in Leeuwarden en voorzitter van de commissie werk en inkomen van de VNG, deelde blijkens een bericht op de website van DIVOSA het volgende mee. Gemeenten kunnen en willen verantwoordelijkheid nemen voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Maar ze hebben daarbij ook andere instanties nodig. De VNG wil daarom snel in gesprek met kabinet, sociale partners en onderwijsinstellingen om afspraken te maken. "We moeten geen tijd verspillen aan discussies over wie de baas is, maar stappen maken en over onze eigen schaduw heen springen", aldus Marco Florijn tijdens het congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Divosa. Florijn was toen voorzitter van de commissie Werk en Inkomen van de VNG en wethouder in de gemeente Leeuwarden. Hij wil met het kabinet, sociale partners en vertegenwoordigers van het onderwijs afspraken maken over hoe we verder moeten met één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Wat moet er in de regeling en hoe gaan we hem uitvoeren? Florijn gaf aan dat deze afspraken niet gemaakt kunnen worden zonder daarbij de kennis en ervaring van gemeenten te gebruiken. Ook benadrukte hij de noodzaak tot samenwerking tussen gemeenten, UWV, Cedris en het ministerie van SZW.
Het kabinet heeft plannen om te komen tot één regeling voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt (Wajong, WSW, WWB), die wordt uitgevoerd door gemeenten. Om van de regeling een succes te maken zijn volgens de VNG de volgende punten noodzakelijk:
  • investeren in samenwerking met werkgevers en onderwijs: zij hebben de banen en de opleidingen om mensen te plaatsen
  • landelijke inzet op samenwerking met belangrijke sectoren: de VNG wil graag met overkoepelende sectoren landelijke afspraken maken die vervolgens in de regio worden opgepakt
  • duidelijkheid van het kabinet over budgetten, verantwoordelijkheden, middelen en mogelijkheden
Een aantal sectoren zit te springen om arbeidskrachten. Gemeenten willen graag in de regio met die sectoren samenwerken en banen vervullen. De VNG wil afspraken maken waar gemeenten mee verder kunnen.
Marco Florijn is nu wethouder in Rotterdam. 


[1]  Toespraak staatssecretaris De Krom van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tijdens het RUA Symposium op 29 november 2010 in Amsterdam. De staatssecretaris benadrukt de noodzaak van regionale samenwerking tussen lagere overheden, instanties en werkgevers. Wat dit laatste betreft noemt hij als een mooi voorbeeld CAP100, het initiatief van de Lucille Werner Stichting om honderd mensen met een beperking aan de slag te helpen bij grote bedrijven.